Lettergrootte   A A A

Alles of niets

Hoofdstuk I. De opgang naar het priesterschap

 Wat geschiedenis vooraf - Een voornaam huwelijk - Een andere Louis - Te Iffendic - De Zonnekoning - Studeren te Rennes - Veelzijdig talent - Sociaal dienstbetoon - Priester worden - Steeds maar oorlog - Parijs roept - Bedelaar met de bedelaars - Aankomst in Parijs - Dodenwaken - Dood van E.H. de la Barmondière - Bij E.H. Bou­cher - Een nieuwe oplossing - De hoogste kringen - 1695 Brussel brandt - Saint-Sulpice - Grondslag van zijn Ware Godsvrucht - De slavernij van Jezus in Maria - Ook in de praktijk - In strijd met het "klassiek ideaal" - De pijnlijke test - Een "harde" - Catechismus aan de waterkant - Mme de Montespan - De hulp kwam - Naar Chartres - Eindelijk priester.

Wat geschiedenis vooraf

Lodewijk XIV, de "Zonnekoning"

5 September 1638 werd einde-lijk, na 22 jaar huwelijksleven tussen Lodewijk XIII van Frank­rijk en Anna van Oostenrijk, een zoontje geboren. De vreugde was natuurlijk alge­meen en men noem­de hem Louis "Dieu­donné", Lodewijk "door God geschon­­ken". Uit dank­baarheid liet Anna van Oos­tenrijk in Parijs een Mariakerk bou­wen "Val-­de Grace", met als op­schrift, boven het portaal: "A Jésus naissant et à la Vier­ge-Mère" - "Aan de ge­boorte van Jezus en aan de Moe­der-Maagd". Vijf jaar later reeds, 14 mei 1643, stierf Lodewijk XIII en begon het rijk van Lodewijk XIV, Dieudonné, voor­lopig nog onder het regen­t­schap van Anna van Oostenrijk en kardinaal Mazarin, die in 1642 kardinaal Richelieu was opgevolgd als vertrou­wensminister van de koning. Dit rijk van Lodewijk XIV zou duren tot 1715 of 72 jaar! Het werd een van de meest bewogen perioden uit de geschiedenis van Frankrijk. Misschien kunnen enkele bekende namen en feiten helpen om het begin van dit tijdperk te situeren.

In 1638, het geboortejaar van Lodewijk XIV, stierf Jansenius. Zijn boek "Augustinus" lag aan de grondslag van de lange bittere strijd met Port Royal en de jansenisten, die we voortdurend zullen tegenkomen in het leven van Grignion de Montfort. In 1642 stierf Galileï, de man die zoveel last kreeg, omdat hij beweerde dat de aarde rond zichzelf draait en rond de zon. In datzelfde jaar werd ook Montréal, in Canada, gesticht. De Franse kolonisten en missionarissen trokken er naar toe. Ook Grignion de Montfort zou hen eens willen volgen.

In 1648 eindigde de dertigjarige oorlog met de vrede van Münster of Westfalen en werden de Noordelijke Nederlandse "Verenigde Provincies" erkend, met o.a. de sluiting van de Schelde, wat zo noodlottig werd voor Antwerpen en de Zuidelijke Provincies. In de kunstwereld staan er heel wat beroemde mannen opgetekend: Rubens (? 1640), Van Dijck (? 1641), Velasquez (? 1660), Rembrandt (? 1669), Jordaens (? 1678), Bernini (? 1680), Murillo (? 1682)... Maar Frankrijk zelf telde toen in die "gouden eeuw" ook heel wat schitterende namen: ministers als Colbert, Louvois, Vauban; veldheren als Turenne, Condé en Luxembourg; schrijvers als Corneille, Racine, Boileau, Molière, La Fontaine; redenaars als Bossuet, Fénelon, Bourdaloue, Massillon; architecten als Mansard en Le Nôtre...

Toen in 1661 Mazarin stierf was Lodewijk XIV 23 jaar. Hij weigerde een nieuwe verantwoordelijke minister aan te stellen en nam zelf het bewind volledig in handen, met de bekende slagzin: "l'Etat, c'est moi" - "de Staat, dat ben ik zelf". 54 Jaar lang zou hij de absolute plaatsvervanger van God worden in zijn koninkrijk. Iedereen moest hem rekenschap geven, ook de kerkelijke overheid, wat vaak conflicten veroorzaakte met Rome. Het "gallicanisme" vierde hoogtij, of de tijd dat de koning meer te zeggen wilde hebben in godsdienstige aangelegenheden, benoemingen van bisschoppen, enz. dan de paus. Maar om diezelfde reden werden de jansenisten vervolgd en liet hij Port Royal afbreken. De protestanten of hugenoten kregen het op hun beurt hard te ver­duren doordat hij het Edict van Nantes ophief, zodat er een einde kwam aan de godsdienstvrede in Frankrijk.

En ook Europa, de wereld zelfs, wilde hij onderwerpen. Dat kostte geld. Iedereen moest daarvoor opkomen: de belastingen stegen. Maar hij zelf weigerde te betalen: het kasteel van Versailles werd gebouwd en zijn verschillende maîtressen kregen rijkelijke gunsten: Mancini, La Vallière, Madame de Montespan vooral, die we later zullen ontmoeten als boetende bekeerlinge in het leven van Grignion de Montfort. Hij, Louis-Dieu­donné, werd de almachtige Zonnekoning die voor niemand hoefde te buigen.

 Een voornaam huwelijk

 In die dagen, 10 februari 1671, werd in de Allerheiligenkerk te Rennes, hoofd­stad van Bretagne, een voornaam huwelijk gesloten. De bruidegom, Jean-Baptiste Grignion, 24 jaar, was de zoon van Eustachius Grignion zaliger, in leven koninklijk notaris van het stadje Montfort, op zowat 25 kilometer van Rennes. Hij was zelf gehuwd met een rijke weduwe: Jacquemine Saulnier, werd burgemeester en eigenaar van enkele boerderijen en hij mocht reeds een rijtje eretitels aan zijn naam toevoegen toen hij in 1669 overleed.

Het gerestaureerde geboortehuis van Louis Grignion te Montfort-sur-Meu (LC)

De bruid, Jeanne Robert, was de dochter uit een gekende familie te Rennes, die sinds verschillende generaties in het bestuur van de stad had gezeteld of procureur waren geweest en die ook regelmatig een aantal priesters aan de Kerk had geschonken, een traditie die trouwens zou worden voortgezet in de toekomst. De jonggehuwden gingen inwonen bij de weduwe van Eustache Grignion in een deftig burgerhuis van de Zoutziederstraat te Mont­fort-sur-Meu of Montfort-la-Cane, zoals het stadje toen genoemd werd. Jean-Baptis­te, advocaat, had minstens evenveel ambities als zijn overleden vader. Een jaar na zijn huwelijk zetelde hij reeds in de gemeenteraad van Montfort, werd hij lid van de Kerkfabriek en bemoeide zich met het innen van de belastingen en met zowat van alles. Hij was daarbij erg opvliegend en koppig en kreeg al vlug moeilijkheden.

Ondertussen was de oorlog weer uitgebroken. Lodewijk XIV viel, door het prinsbisdom Luik heen, Holland binnen. Daar werd Jan de Wit vermoord en Willem III van Oranje tot stadhouder uitgeroepen. De Hollanders staken hun dijken door zodat de onoverwinnelijke Franse soldaten plots voor een enorme watermassa stonden. Ze verwoestten en plunderden dan maar Luik, Maaseik, St. Truiden, Bilzen en vooral Tongeren. Een Limburgse liedjeszan­ger uit die dagen dichtte:

Siet wat destructie in onse daegen.

Maer Godt sal noch de moorders plaegen.

Godt sal den Franschman noch doen beven;

Die dees schande heeft bedreven.

Een andere Louis

En terwijl Louis-Dieudonné in Versailles zijn feesten vierde en kinderen kreeg van zijn maîtressen, terwijl zijn soldaten in onze landen vrouwen en kinderen vermoordden, kwam ook bij de familie Grignion in de Zoutziederstraat de eerste grote vreugde en het eerste nog groter verdriet. 16 Februari 1872 immers werd er een jongetje geboren, dat de naam kreeg van zijn fiere vader: Jean-Bapt­iste. Vier maanden later echter stierf het al. Ze troostten elkaar met de gedachte dat er een nieuw kindje op komst was en inderdaad op 31 januari 1673 werd er weer een zoontje geboren, dat op 1 februari het doopsel ontving, zoals het in het bewaard gebleven parochieregister staat opgetekend:

"De 31ste januari 1673 is geboren Louis, zoon van de weledele heer Jean-Baptiste Grignion en van vrouwe Jeanne Robert, zijn echtgenote, heer en vrouwe van La Bachelleraie, onze parochianen. Hij werd ten doop gehouden door de heer Louis Huber, heer van Beauregard en mevrouw Marie Lemoine, vrouwe van Tressouët. De doopplechtigheid werd verricht in de kerk van Sint Jan, door mij ondergetekende: Pierre Hindré, pastoor van de kerk en deken van de stad. 1 Februari 1673."

Het doopsel van Louis Grignion, keramiek door pater Sandro M. Leidi s.m.m. (LC)

Samen met de pastoor ondertekenden ook de andere aanwezigen het register. Vooreerst de peter, meesterchirurg Louis Huber, van wie de kleine dus zijn voornaam kreeg en de meter Marie Lemoine. Vervolgens de trotse vader Jean-Baptiste, zijn broer Felix en E.H. Alain Regnier, een neef van de Grignions. En tenslotte drie vrouwen: grootmoeder Françoise Timel uit Rennes, Hélène Cornillet, echtgenote van de peter en Jeanne Dupré, moeder van de meter. Het is een toeval misschien dat deze kleine Louis geboren werd en tussen de armen zou leven in het glorietijdperk van de grote Louis, de Zonnekoning. Na de doopplechtigheid zijn ze traditiegetrouw met z'n allen naar het geboortehuis gegaan om daar samen de moeder te begroeten en rond de feesttafel aan te schuiven.

Lang zou het kind niet in het fraaie herenhuis verblijven. Pater Sibold heeft na veel onderzoek een geheel nieuwe kijk gegeven op de gewoonten van die tijd. In de XVIIde en XVIIIde eeuw werden namelijk de kinderen van de hogere burgerij - waartoe de Grignions dus behoorden - aanstonds na hun geboorte en vaak voor meerdere jaren "uitbesteed" aan de families van hun pachters. Daar was altijd wel de een of andere jonge moeder bereid om het kind van de heren samen met het eigen kindje te voeden en het daarna zelfs nog enkele jaren bij zich te houden. Zo werd de kleine Louis toevertrouwd aan Françoise André (geb.1652) die op 18-jarige leeftijd gehuwd was met Olivier Nepveu, de pachter van "La Bachelleraie", gelegen op het grondgebied Bédée. Deze boerderij was eigendom van de Grignions, zoals vermeld werd in de doopacte en ze zou later als vereiste waarborg dienen voor de opname van Louis Grignion in de klerikale stand. Uit erkentelijkheid werd grootmoeder Jacquemine Grignion-Saulnier meter van het volgend kindje van Françoise André. Maar als men leest wat de kleintjes op die boerderijen allemaal moesten doorstaan, is het niet verwonderlijk dat slechts de allersterksten overleefden, ook in het gezin Jean-Baptiste Grignion. En van de andere kant is het ook begrijpelijk dat Louis, naast de liefde voor zijn moeder, toch ook steeds een speciaal plaatsje in zijn hart bewaarde voor "Mère André" bij wie hij zijn eerste kleuterjaren doorbracht.

 Te Iffendic

Bij de Grignions in de Zoutziederijstraat kwam er ondertussen geregeld een kindje bij. Jean-Pierre in 1674 en het jaar daarop weer een, dit keer een meisje: Renée.

Vader kreeg blijkbaar steeds meer moeilijkheden in het stadje. Daarbij was Rennes in opstand gekomen tegen Parijs vanwege de steeds groter wordende belastingen om de oorlogskosten te dekken. Die rellen konden vlug overslaan naar de omligg­ende stadjes en het was zeker veiliger voor een man die zich bemoeid had met het innen van de belastingen om uit te wijken naar het platteland, waar het leven trouwens goedkoper was voor een groeiend gezin.

Er kwam juist een landgoed vrij te Iffendic: "Le Bois Marquer". Niet te duur en moeder Saulnier stak een handje en vooral een centje toe. Eigenlijk was het een grote herenhoeve op een paar kilometer van het centrum. 's Zondags reden ze met de koets naar de mooie kerk, waar Grignion, nu een van de voornaamste inwoners, een erebank kreeg en het recht om binnen de muren van die kerk begraven te worden.

In Iffendic werd enkele maanden later reeds een volgend kindje geboren, Raoul, dat opnieuw uitbesteed werd, maar vlug daarna stierf. Maar in 1677 was het alweer vervangen door een meisje, Sylvie. In 1678 werd Gilonne geboren, dat stierf, maar in 1679 een opvolgster kreeg: Françoise-Marguerite. En in 1680 opnieuw een meisje, Gyonne-Jeanne. Het zou de lieveling worden van haar oudste broer, zodat men haar ook "Louise" noemde.

Er staat bij de geschiedschrijvers niet veel vermeld over de kinderjaren van Louis Grignion, maar de doop- en sterfregisters, die nog steeds te Iffendic bewaard worden, zeggen al meer dan genoeg. Rekening houdend met het zachte karakter van moeder en de opvliegende aard van vader, voelt men als het ware de spanning aan in het gezin, dat elk jaar groeit terwijl de man er niet in slaagt om zijn ambities waar te maken en op te klimmen in de maatschappij.

"Le Bois Marquer" te Iffendic (LC)

Het kan eentonig klinken, maar wij in onze tijd van kinderbeperking, die al zenuwachtig worden van hoogstens drie kindjes om ons heen, kunnen misschien beter aanvoelen wat het zeggen wil: in 1681 nieuwe geboorte: Françoise-Thérèse, in 1682: Ga­briel-François, in 1683: Gilonne, in 1684: Jean­ne-Françoise en vlug daarna een volgend in verwachting, Alain, die in augustus 1685 zal geboren worden. En het is tevens een vaak voorkomend feit dat vader en moeder in dergelijke omstandigheden juist op de oudste beroep doen om het "voorbeeld" te geven aan de anderen.

Daarbij bleek het dat Louis, ofschoon hijzelf het koppige karakter van zijn vader meegekregen had, een jongen was, die spontaan aanvoelde hoe hard moeder het te verduren had. Zijn eerste geschiedschrijver Grandet - volgens een later geschreven getuigenis van E.H. Alain Robert, een van de drie priester-broers van moeder - zegt, dat hij als kind reeds zijn best deed om zijn moeder te troosten, wanneer ze bedroef­d was. In het licht van die geboorten, met daartussen de sterfgevallen en het opvliegend karakter van vader kunnen wij dat nu best begrijpen.

Louis is zijn moeder blijven helpen. Hij had niet veel zin, zegt dezelfde oom, om elders met leeftijdgenootjes te gaan spelen. Maar inderdaad hij had thuis volk genoeg! En hij begreep dat hij moeder af en toe best kon ontlasten door met de broers en zusjes buiten te gaan spelen. Omdat hij eens heilig zou worden hebben de geschiedschrijvers waarschijnlijk enkel onthouden dat hij met hen op een afgelegen plekje ging bidden. En als ze daarvoor geen zin hadden zei hij aan de meisjes, aan zijn lievelings­zusje vooral: als je het rozenhoedje bidt, zul je later heel mooi wor­den; ze deden het dan ook!

Het mooie kerkje van Iffendic, dat de familie Grignion regelmatig bezocht. (NA)

Louis voelde zich de verantwoordelijke leider. Als kind van diepgelovige ouders, die zelf voortdurend het voorbeeld gaven van gebed en godsvertrouwen, al hadden ze dan natuurlijk hun gebreken, groeide ook in hem de liefde tot God. Hij bad regelmatig en trok zich dan gaarne in de stilte terug, zoals hij dat later zou blijven doen, liefst in de volle natuur, alleen in de bossen. Hij hield vooral van Maria en hij had haar veel te vragen, speciaal om hulp voor moeder. Want hij zelf voelde zich machteloos tegenover de steeds toenemende drukte rondom haar. En tegelijkertijd voelde hij angst voor vader, die zo streng kon zijn. Waarschijnlijk leed vader zelf trouwens erg onder de mislukking van zijn dromen. Vooral omdat deze wel verwezenlijkt werden bij broer Felix. Die immers kon een adellijke titel afkopen en een eigen wapen dragen, terwijl hij zelf tenslotte toch maar de heer bleef op een soort grote boerderij en rijker werd aan kinderen dan aan geld.

De Zonnekoning 

In het jaar 1685 wilde maarschalk de la Feuillade bij zijn koning, de grote Louis, in een goed blaadje komen. Hij besloot een standbeeld voor hem op te richten op de nieuw aangelegde "Place des Victoires" - "Het Plein van de Overwinningen" te Parijs. Lodewijk XIV stond er afgebeeld met rond zijn hoofd de laurierkrans van de overwinnaar. Aan de vier hoeken bogen slavenfiguren, die de overwonnen landen moesten voorstellen: Spanje, Holland, Pruisen en Oostenrijk.

De "Zonnekoning" stond inderdaad op het hoogtepunt van zijn macht. Zijn legers waren diep in het Vlaamse land binnengedrongen en toen in 1678 en 1679 de Vrede van Nijmegen gesloten werd, kwam een groot deel van Vlaanderen, met Rijsel, doch ook met Ieper en zelfs Gent, onder de Fran­se kroon. Het persoonlijk symbool van zijn macht werd het paleis van Versailles. De gebouwen waren nu klaar, maar een leger van schilders, beeldhou­wers, glazeniers, tapijtwevers, enz. zorgde nog voor de versiering, terwijl men buiten de prach­tige tuinen, vijvers en fonteinen aanlegde. In 1685 werkten er 36.000 arbeiders en 6.000 paarden.

De koning verbleef er met zijn hofhouding, die uit zowat 20.000 man bestond, waar­onder 9.000 soldaten van de lijfwacht en 5.000 die­naars. Wel was er iets veranderd in zijn naaste omgeving. Mme de Mon­tespan, de maîtres­se, die zoveel jaren lang de ongekroonde heerseres was geweest en die aan de koning een serie kinderen had geschonken, was stilaan verdrongen door de gouvernante van die kinderen: Mme de Maintenon. Na de dood van koningin Ma­rie-Thérèse, in 1683, trad Lodewijk XIV in het geheim met haar in het huwelijk.

 Studeren te Rennes

Louis Grignion zal van dit alles niet zoveel gemerkt hebben in het kleine, afgelegen Iffendic. Maar nu wilde vader dat zijn oudste zoon zou gaan studeren aan de beste school uit de hele omgeving: het Jezuïetencollege te Rennes. Grootmoeder langs moeders kant en heeroom Alain Robert, die verbonden was aan de kerk van de H. Verlosser te Rennes, hadden zich bereid verklaard om voor de jongen te zorgen. Het college telde trouwens niets dan externen, meer dan 2.500, met klassen van soms 400 leerlingen. Iedereen kon er gratis studeren, zodat jongens van alle standen er bijeenkwamen. De jezuïeten wilden, naast een degelijk onderricht, aan hun studenten ook een ridderlijke liefde meegeven voor Christus, een mannelijk karakter en een humaan begrip voor de noden in de wereld.

Hubert Hechtermans smm

ALLES OF NIETS