Lettergrootte   A A A

Bijsterveld

Groot seminarie

Het scholastikaat verplaatst naar Oirschot in 1903 

Pater Dubillot, overste in Schimmert, werd op het keuzekapittel van april 1903 gekozen tot lid van de generale raad en tot algemeen econoom. Alvorens naar St. Laurent te vertrekken, heeft Dubillot nog maandenlang gewerkt aan de inrichting van kasteel Bijsterveld, de nieuwe behuizing van het scholastikaat. Overste in Oirschot werd Jean Péré, die juist zijn doctoraat filosofie behaald had in Rome. Over de vooraanstaande rol van Dubillot en Péré voor de latere Nederlandse provincie werd gezegd: ‘In realistische visie waren zij algemeen overste Lhoumeau en confraters vér en vér vooruit.’. Zij zagen een toekomst voor de congregatie in Nederland zelf, terwijl de meeste Franse en een aantal Nederlandse confraters daartoe nog steeds niet in staat waren. Mede door hun toedoen ging de aankoop van Oirschot à raison van 20.000 gulden door, zeer tegen de zin van de conservatieven. Volgens een persbericht uit die dagen was het buitengoed ‘afgezonderd van ’t  getier der jachtende wereld, omgeven met een opvallend mooi park, de aangewezen plaats voor de vestiging van een studiehuis’. Achteraf is Bijsterveld, zoals het buitengoed heette, juist door deze afgelegen ligging, jarenlang een Franse enclave gebleven. Contacten met de Nederlandstalige buitenwereld bepaalden zich tot het hoogstnoodzakelijke.

 Op 26 oktober 1903 had de intocht plaats: ‘Onder leiding van den nieuwen overste Pater J. Péré, verlieten 19 Fraters – 12 Hollanders, 6 Franschen en 1 Elzasser – het klooster van Schimmert … en onder het bidden van het Rozenhoedje overschreden zij de ingangspoort van Bijsterveld. Alvorens het huis te betreden wijdt de Overste het toe aan de Allerheiligste Maagd, aan Wier beeld hij boven de groote deur een eereplaats doet innemen. Veel-beteekenende daad: Maria is tot Koningin en Meesteres uitgeroepen van het nieuwe Scholastikaat. Met open armen en hart hadden Oirschot’s geestelijkheid en bevolking de nieuw aangekomenen ontvangen. Bewijzen van belangstelling en sympathie bleven niet uit. De katholieke bevolking had met vreugde ‘het Kasteel’, van waar ook wel eens minder stichtende voorbeelden waren uitgegaan, zien overgaan in de handen van kloosterlingen, die door hun gebeden en hun offers Gods zegen over gansch de parochie zouden afsmeeken’. De nodige wettelijke papieren werden van staatswege bij koninklijk besluit van 12 december 1903 verleend aan de paters Brochard en Auneau voor het geven van ‘hoger onderwijs aan eene bijzondere school voor hooger onderwijs te Oirschot’.

1906-1908 uitbreiding in Oirschot

De eerste drie jaren verliepen rustig. Men ging door met het inrichten van het huis en de fraters gebruikten de wekelijkse wandeling om de fraaie natuur tot in de wijde omgeving te verkennen. De zomervakantie werd naar gewoonte in Schimmert doorgebracht, maar in 1906 bleek bij terugkomst de kapel te zijn uitgebrand. Men richtte de recreatiezaal voorlopig als zodanig in. Toevallig vierde men in die dagen het vijfde eeuwfeest van het miraculeuze beeldje van Onze LieveVrouw van de Heilige Eik. Vanzelfsprekend nam ook het scholastikaat deel aan de plechtigheden. Bij die gelegenheid kreeg een van de scholastieken een dubbeltje toegestopt door een eenvoudige vrouw voor de bouw van een nieuwe kapel. Dit muntstukje werd door P. Péré zorgvuldig bewaard als het ‘penninkske van de weduwe’ dat zegen over de nieuwe kapel zou brengen.

Het docentencorps van het scholastikaat wordt in dezelfde periode verrijkt met de komst van pater Jan Eijmael, die er dertig jaar lang liturgie en kerkelijk recht zal doceren.  Tegelijkertijd verliest het scholastikaat een briljant staflid in de persoon van dr. Hubert Gebhard, die in 1907 benoemd wordt als algemeen Procurator van de congregatie in Rome en tegelijkertijd als postulator voor de canonisatie van Montfort.

In 1907 verrijst volgens plannen van architect Van Aelst uit Den Bosch de rechtervleugel van het huidige gebouw. De kapel wordt naar de bovenste verdieping daarvan overgebracht. Die nieuwe vleugel was bepaald geen luxe, want het schooljaar 1907-1908 begon met het dubbele aantal studenten van 1903: achtendertig. Een jaar later steeg het aantal tot vierenveertig. Inmiddels voerde pater Péré tot in Frankrijk toe een bedelactie voor een volwaardige buitenkapel. De eerste steen hiervoor werd gelegd op 12 maart 1910. Op 8 september van datzelfde jaar wordt ze ingezegend door mgr. C. van de Ven, geboortig uit Oirschot.

De taalkwestie in Oirschot

In 1910 kwam een nieuwe docent naar Oirschot, die een actieve rol zou gaan spelen in de strijd voor het gebruik van de Nederlandse taal in de vormingshuizen van de congregatie in Nederland: Mathieu Hupperts. Tot in de apostolische school toe was het Frans nog steeds verplicht en werd het Nederlands ten strengste geweerd. De jongeren begonnen vergelijkingen te maken met andere congregaties, die ook uit Frankrijk binnengekomen waren, maar waar het Nederlands een volwaardige plaats werd gegund. Men vroeg zich af: waarom zijn wij vreemdelingen in eigen land? Hupperts beschrijft de situatie als volgt: ‘Oirschot was een île Française in Noord-Brabant. In het park hield alle Nederlandse invloed op. Men hoorde er alleen Frans spreken. Pater Péré stond toe dat men Nederlands sprak onder de wandelingen, als men door de dorpen kwam. Dat was een buitengewone gunst. Nederlands spreken was een reden tot uitstel van wijding.

Omdat men nauwelijks Nederlands sprak had men geen relaties en geen werk in Nederland. Wel maakte Hupperts naar eigen zeggen furore door in het Nederlands te preken in het naburige Middelbeers. Het was een evenement: de eerste Nederlandse preek van een Montfortaan in die streek, terwijl men al ruim zeven jaar met zoveel Nederlandstaligen in het naburige Oirschot verbleef. Hoe moest er ooit iets terecht komen van typische montfortaanse activiteiten als volksmissies en retraites?

rechtstreeks met deze link. komt u op een site van een oud-montfortaan Stan Verdult, die foto's publiceert van Bijsterveld.