Lettergrootte   A A A

broeder Jacobus

Op 5 juni 2010 overleed in Maastricht

broeder Jacobus

- Math Muitjens -

montfortaan

Op 5 maart 1933 werd Mathias Gerardus Hubertus Muitjens geboren in Nuth. In 1949 koos hij voor de montfortanen. Op 19 maart 1951 legde hij zijn eerste geloften af in Meerssen en kreeg de broeder-naam: Jacobus-Maria. Op 19 maart 1956 deed hij zijn eeuwige geloften. Hij was opgeleid tot meester-timmerman en bouwpatroon. Zijn eerste taak was het huishouden en het onderhoud in het scholastikaat in Oirschot. In 1952 volgde de benoeming voor de missievakschool, waar o.a. hij leraar timmeren was. Met de missievakschool verhuisde hij in 1965 naar Zevenaar. Toen de opleiding in 1969 werd gesloten, kreeg hij de benoeming van huis-econoom in Vroenhof, Valkenburg. Van 1971 tot 1994 was hij in het zorgcentrum hoofd van de Technische Dienst en verzorgde hij de administratie van de communiteit. In 1994 werd zijn werkgebied ‘verkleind’ tot de communiteit, waar hij tot aan zijn overlijden dagelijks actief was.

De ziekte en de dood van Jacobus hebben ons erg verrast. Hij ging stug zijn gang en maakte daardoor de indruk hoogbejaard te zullen worden. Over zijn gezondheid was hij even zwijgzaam als over al het andere dat hem bezighield. Hij sprak liever over de vele confraters die hij in Vroenhof had gekend. Hij had een uitstekend geheugen en vertelde graag over alles wat ooit in het convent en in het zorgcentrum was gebeurd. Het huis kende voor hem geen geheimen en hij wist precies hoe van alles in elkaar zat. En ook hoe hij van alles en nog wat op zijn eigen manier gerepareerd had.

Het liefst was Jacobus naar de missie gegaan om, zoals hij in 1960 schreef, “mee te mogen werken aan de vorming van de jonge kerk”. Dat verlangen is nooit in vervulling gegaan. Hij was blijkbaar te zeer nodig als leraar aan de missievakschool in Bunde en in Zevenaar en daarna in ons bejaardenhuis in Valkenburg-Houthem. Hij was niet alleen bijdehand, als het om materiële zaken ging. Hij heeft zich haast onmisbaar getoond als chauffeur en begeleider van confraters die naar een dokter moesten. Niet te tellen zijn de uren die hij met groot geduld heeft doorgebracht in de wachtkamers van de ziekenhuizen van Zuid-Limburg. En als iemand voor verpleging of voor een operatie werd opgenomen, was Jacobus de trouwste bezoeker. In die omstandigheden blonk hij uit in zorgzaamheid. Dan viel alle stugheid van hem af en was hij blij om behulpzaam te mogen zijn.

Op andere momenten kroop hij eerder in zijn schulp en leek hij een gesloten boek. Hij gaf zijn innerlijk niet gemakkelijk prijs. En niemand moest aan het werk komen dat hem toebedeeld was of dat hij zich had veroverd. Het liefst toonde hij zijn hart door gewoonweg te doen wat er gedaan moest worden. In zijn eigen tempo en ritme, zoals o.a. bleek in het feit dat hij altijd een paar minuten te laat kwam op het middageten.

Jacobus was zijn kloosternaam. Eigenlijk Jacobus-Maria. Dat was belangrijk voor hem. Hij had een grote verering voor haar die hij “mijn hemelmoeder” noemde. Een andere opvallende trek was dat hij niet veel nodig had. Het verlangen naar luxe was hem vreemd. Op zijn kamer leefde hij als een bedelaar, te midden van allerlei spullen en gereedschappen die hij nodig had als manusje van alles. Wellicht zal hij in de hemel moeten wennen aan de orde van O.L. Heer. We vertrouwen erop, dat hij er vlug op zijn plaats zal zijn!