Lettergrootte   A A A

broeder Rinie van de Geijn

Op 5 maart 2011 is in Druten overleden

broeder Rinie van de Geijn

montfortaan

Marinus Cornelis van de Geijn werd op 31 januari 1928 geboren in Druten. In 1949 kwam hij naar de montfortanen in Meerssen en legde er op 7 oktober 1950 zijn eerste geloften af. Hij kreeg de naam broeder Johannes Berchmans. De eerste jaren als montfortaan bracht hij door in Oirschot, o.a. als portier. In 1954 verhuisde hij naar Schimmert en twee jaar later kreeg hij een benoeming voor Berg & Dal, waar hij de administratie verzorgde van het tijdschrift ‘Orante’. In 1963 werd hij directeur van de broeders in Oirschot. In 1966 keerde hij terug naar Berg & Dal, waar hij opnieuw werkte voor ‘Orante’ (tot 1987) en als huiseconoom (vanaf 1985). In 1997 verhuisde hij naar Beuningen en in 2002 naar Druten.  Omdat zijn gezondheid minder werd, kreeg hij 2 maanden geleden een kamer in het zorgcentrum Kasteelhof, waar hij overleed.

Als we de broeders in de Congregatie mogen verdelen in noeste werkers en in fijnbesnaarde vrome zielen, dan hoorde Rinie ongetwijfeld bij de laatste. Hij was qua postuur te fragiel om de grote kolenschop te hanteren, maar des te meer liet hij de rozenkrans rustig door zijn vingers glijden.

Toen we enkele weken geleden samen de balans van zijn leven opmaakten, vertelde hij dat de mooiste jaren van zijn leven in Schimmert waren geweest. Hij had er met hart en ziel genoten van de liturgische plechtigheden onder leiding van Piet Jansen. Dat was typisch voor Rinie. Hij had iets met schoonheid en harmonie. Toen hij in Berg & Dal de zorg kreeg voor de kapel, deed hij dat met liefde en overgave. Zijn godsbeleving werd gekleurd door sereniteit, rust, regelmaat, vriendelijkheid. Dat was ook terug te vinden in zijn kamer in de Uleput - het Klooster van O.L. Vrouw van Fatima, zoals het huis volgens hem officieel heette. Alles was altijd netjes opgeruimd, vooral het hoekje met een ikoon, een Mariabeeld, kaarsen etc.  Zo moest het ook zijn in de onderlinge verhoudingen: geen getwist, geen harde opmerkingen, geen gekijf. Hij kon moeilijk tegen spanningen of enigheden in de communiteit, en gedijde het beste in een rustige en vriendelijke sfeer. Toch kon hij zelf ook wel eens kribbig zijn, kwaad worden, scherp uit de hoek komen. Achteraf speet dat hem en was hij er ongelukkig over.

In de roerige zeventiger jaren van de vorige eeuw heeft Rinie het moeilijk gehad. De veranderingen in kerk en congregatie maakten hem onzeker. Hoe zou het allemaal verder gaan, speciaal met de broeders in de congregatie? Hij werd er zenuwachtig van en vroeg zich af, of hij niet meer maatschappelijk aan de slag moest gaan, buiten de communiteit. Gelukkig heeft hij later zijn draai weer gevonden.                 

Opvallend was zijn band met de familie. Dat zijn moeder vroeg gestorven was en dat hij haar nauwelijks gekend had, bond hem sterk aan zijn broers en zussen. Hun wel en wee – en ook dat van neven en nichten – ging hem sterk ter harte. In het publiek vertelde hij er weinig van, maar in een vertrouwelijke sfeer bleek hoezeer hij meeleefde als het een van hen niet goed ging. Het waren echte feestdagen voor hem, als Regina (zijn zus bij de Sagesse) enkele dagen op bezoek kwam. Samen hebben ze heel wat lief en leed gedeeld.

De laatste jaren zijn niet gemakkelijk geweest. Rinie kreeg te maken met allerlei lichamelijke ongemakken. Het trappenlopen in de Uleput werd te lastig en hij verhuisde naar een flatje, eerst in Beuningen en daarna in Druten. Over de zorg die hij daar ontving van broers en zussen was hij uiterst dankbaar. Hij woonde alleen, maar leefde intens mee met zijn confraters. Hij was hevig geïnteresseerd in ieders wel en wee, bad voor zieken en overledenen en vertelde graag over confraters van toen en toen. Hij vond het jammer dat hij door gehoor- en loopproblemen niet meer in staat was om feesten en jubilea in Oirschot of Schimmert bij te wonen.

Met de dood is Rinie vaak bezig geweest, zonder er bang voor te zijn. Hij wilde graag in toog  begraven worden. Meer dan eens naar zocht hij teksten die bij de begrafenis gelezen zouden kunnen worden. Om er aan toe te voegen dat het laatste woord was aan de provinciaal. Hoe dan ook, moge hij nu aanzitten aan het bruiloftsmaal van het Lam!