Lettergrootte   A A A

broeder Vincent

Op 7 november 2009 overleed in Valkenburg (Lb)

broeder Vincent van Rulo

montfortaan

Gerardus Cornelis Wilhelmus van Rulo werd op 31 mei 1933 geboren in Oirschot, dicht bij Bijsterveld. Hij trad in bij de montfortanen in 1949 in Meerssen. Daar legde hij zijn eerste geloften af op 7 oktober 1950 en kreeg de naam Vincentius. Zijn eeuwige geloften deed hij op 7 oktober 1955 in Kontich in België.

De eerste twee jaar als montfortaan werkte hij in de huishouding en de bakkerij in Schimmert. Van 1952 tot 1955 bakte hij brood voor het scholastikaat in Oirschot en werkte op de boerderij en volgde een cursus ‘fruitteelt’. Van 1955 tot 1970 kwam hij in Kontich in de huishouding, onderbroken door een jaar waarin hij verving in Oirschot. In 1970 ging hij naar Vroenhof-Valkenburg. Hij was er koster, zorgde voor het park en was vrijwilliger in het zorgcentrum. Na een kort ziekbed overleed hij in het zorgcentrum.

De laatste tijd zat Vincent vaak in de erker tegenover de eetzaal van Vroenhof te kijken naar wat en wie allemaal voorbijging. Als ik hem daar aansprak, was het alsof hij wist dat hij weldra zelf ook een passant zou worden – niet van Valkenburg naar Meerssen, maar van het aardse huis naar de voorhof van de Heer. Zo zou hij het zelf nooit hebben geformuleerd. Ingewikkelde taal en geleerdheid liet hij aan anderen over. Zelf had hij eerder een praktische intelligentie. Hij merkte veel meer op dan menigeen vermoedde, en kon soms verrassend uit de hoek komen met een snedige opmerking. Hij had heel goed door, als iemand zich gewichtiger voordeed als hij was. Zo iemand liet hij dan met het grootste gemak langs zich afglijden.

In een van zijn brieven merkt hij op: “Ik help liever dan dat ik geholpen word”. Dat hij een helper was, is duidelijk gebleken in de jaren dat hij de bewoners van het zorgcentrum in hun karretjes alle kanten uit bracht. Toch wist hij als geen ander dat hij geen heilige was. Hij stond op zijn vrijheid en zijn privacy, ging vaak zijn eigen gang en hield stug vast aan wat eenmaal in zijn hoofd was gaan zitten. Dat bleek ook in zijn laatste uren, toen hij resoluut weigerde om naar het ziekenhuis te gaan. Het was goed zo!

Zijn religieus leven bestond vooral in zijn trouwe assistentie in de liturgie en in het volbrengen van praktische opdrachten. Theorieën waren aan hem niet besteed. Hij hield zich aan de opmerking van een van zijn oversten: “je moet de hemel verdienen door goede werken”. Bij de rubriek “trouwe behulpzaamheid” zal op zijn eindrapport zeker een ruime voldoende staan.

In Vroenhof zal Vincent gemist worden. Op zijn onnavolgbare manier was hij een steunpilaar in het dagelijkse reilen en zeilen. Hij zal niet meer te zien zijn in zijn te korte albe, die hij droeg tijdens de mis en bij het uitdelen van de H. Communie. Wij bidden dat de engelen nu zijn karretje duwen tot voor de Troon van het Lam.