Lettergrootte   A A A

Doe open

Doe open voor Jezus Christus

Doe open voor Jezus Christus

Montfort heeft niet alleen vol vuur en consequent het evangelie gepreekt, hij heeft het ook zelfs pijnlijk radicaal in praktijk gebracht. Zijn inzet voor de medemens was daar een vanzelfsprekend aspect van. Hij omringde zich steeds met armen en mensen, die leefden aan de rand van de samenleving en probeerde hun lot te verzachten. Waar hij woonde was “de Voorzienigheid”. Gods zorg voor de minsten kreeg in hem weldadig gestalte. Hij heet daarom terecht: de vriend van de armen. Zo organiseerde hij tijdens zijn missie in Dinan met behulp van enkele dames een soort armenzorg. Deze dames verschaften iedere dag een maaltijd aan de armen.

Bij welgestelde mensen of collega’s kon Montfort shockerend opkomen voor zijn armen. Zo kwam hij eens ‘s avonds laat terug van een bezoek aan de kazerne van Dinan. Vlak voordat hij thuis kwam ontdekte hij in een donkere hoek van een portiek een arme zieke man, die vol zweren zat. Deze had nergens onderdak kunnen vinden. Zonder aarzelen nam Montfort hem op zijn schouders mee en bracht hem naar het huis, waar de missiepredikanten logeerden. Omdat het al zo laat was en de deur op slot was, moest hij aankloppen en toen na enige tijd niemand opendeed riep hij luid: “Doe open voor Jezus Christus”. Eindelijk werd een collega wakker en opende de deur. Hij schrok wel even, toen hij zag waarmee Montfort aan kwam dragen. Toch hoefde hij zich geen zorgen te maken, want Montfort nam de arme man mee naar zijn eigen kamer, legde hem op zijn bed en verzorgde de zweren.


Als we naar dit fresco kijken, dan zien we Montfort met een arme, die de gestalte van Jezus Christus heeft aangenomen; het is alsof hij ziet wat velen niet zien: hoe de Mensenzoon zich identificeert met de minsten.
Montfort wilde zichzelf ook met die armen identificeren en door zijn kleding en gedrag erkenden de armen hem als een van hen.

Deze man heeft zich niet alleen hartstochtelijk voor de armen ingezet, hij wist ook anderen te motiveren voor hen te zorgen. Daarom zijn hier twee dochters der Wijsheid te zien, religieuzen die zich vele generaties lang voor de minsten hebben ingezet. De eerste dochters der Wijsheid hebben hem in het gasthuis van Poitiers geholpen. Aan deze periode herinneren ons de broden op de tafel, die Montfort met de armen deelde.

Ook rijke en welgestelde mensen wist Montfort op dit spoor van de diaconie te zetten. In de buurt van Dinan leefde graaf Claude Toussaint-Marot, die feestend door het leven ging, totdat zijn vrouw onder haar paard terecht kwam. Toen zij herstellende was, kwam Montfort met hen in contact en werd hun kasteel een medisch centrum voor de armen van de regio.