Lettergrootte   A A A

Gezien de noden

gezien de noden van de kerk

Gezien de noden van de kerk...

Montfort heeft vanaf het begin van zijn priesterleven gedroomd van een gezelschap van missionarissen, een gezelschap van Maria naar het voorbeeld van het gezelschap van Jezus, de Jezuïeten. Hij zocht medewerkers, die bereid zouden zijn om zich in te zetten, waar de nood het hoogst was.


Is dat geen vrome wens als men de noden van de medemens in zijn tijd niet onderkent of ziet? De eerste van deze twee fresco’s, die betrekking hebben op de Brandende Bede (BB), toont ons het vertrekpunt van een roeping: als je niet bewogen wordt door de nood van de medemens, als je alleen je eigen kleine en grote zorgen ziet, dan ben je blind voor de nood van anderen, dan word je alleen door medelijden met jezelf bewogen.
Montfort schildert in zijn Brandende Bede de nood van zijn medemens in felle kleuren; hij schreeuwt het uit: “Ach sta mij toe te roepen overal: Brand, brand, brand? Help, help, help! Brand in het huis van God, brand in de zielen, brand tot in het heiligdom! Hulp voor onze broeder, die men vermoordt, hulp voor onze kinderen, die men wurgt, hulp voor onze goede vader, die men doorsteekt met een dolk!”(BB 28)  Daarom schilderde Jaap Min hier wat hij bij Montfort gelezen had: de kerk, die in brand staat, de slang, die dreigend haar bek open spert, de vulkaan, die vuur spuwt.
De twee stenen tafelen liggen beschadigd op de grond, het gouden kalf staat links in het midden op een altaar en boven alles uit zit de goddeloosheid op haar troon en blaast monsters de wereld in: “Het is tijd om te doen wat gij beloofd hebt te doen. Uw goddelijke wet wordt overtreden, uw evangelie wordt verwaarloosd. Stortvloeden van ongerechtigheid overstromen heel de aarde (Gen. 6, 5-9 en 19), zij slepen zelfs uw dienaren mee.

Heel de aarde is verwoest (Jer. 12, 11) de goddeloosheid zit op de troon. Blijft u altijd zwijgen? Altijd maar dulden? Is het niet nodig dat uw wil geschiedt op aarde zoals in de hemel en dat uw rijk kome?” (BB 5)
Volgens Montfort moet er iets aan gedaan worden. Hij springt als het ware naar voren als iemand, die niet te houden is en die niet rust voordat hij allen heeft laten zien wat hij gezien heeft: de nood van de kerk, de nood van de mens.
Alleen als je ontdekt hebt hoezeer deze vreemde beelden nog steeds verwijzen naar een nood in onze tijd, alleen dan heb je de uitdaging van dit fresco verstaan: “Waar zijn we mee bezig, wat kan ik er aan doen?”