Lettergrootte   A A A

pater Charles Knibbeler

Op 16 juni 2011 overleed in Brunssum

Charles Knibbeler

montfortaan

Op 29 december 1922 werd in Hoensbroek Karel Jozef Maria Knibbeler geboren. Hij ging naar het kleinseminarie van de minderbroeders conventuelen in Wijnandsrade. In 1946 kwam hij naar de montfortanen en legde op 8 september 1947 zijn eerste geloften af in Meerssen. Op 7 maart 1948 werd hij in Oirschot priester gewijd. Na zijn studies werd hij volksmissionaris vanuit de communiteiten van Voorschoten/Haagsche Schouw, Oirschot en opnieuw Voorschoten. Vanaf 1959 werkte hij voor de Bond Zonder Naam tot aan zijn benoeming voor Perùs (Brazilië). Hij was er missieoverste van 1966 tot 1972 en regionale overste van 1982 tot 1984. In 1987 keerde Charles terug naar Nederland, naar de communiteit van Schimmert. Enkele maanden geleden ging hij na een val voor revalidatie naar zorgcentrum Vroenhof. Toen meer zorg nodig was, werd hij opgenomen in zorgcentrum Schuttershof in Brunssum, waar hij overleed ten gevolge van hartfalen.

Charles was een veelzijdige man, een bindende figuur, een confrater die van humor en gezelligheid hield. Hij was jaloers op de onbevangenheid van de Brazilianen. Zo zou hij ook willen zijn! En hij had er zeker iets van. Hij ging het gesprek aan met iedereen die hij tegenkwam. En dan had je het gevoel, dat je echt een vriend tegenover je had. Vriendschap was belangrijk voor hem, in en buiten de congregatie. Daarbij moeten Corrie Pot en haar familie op de eerste plaats worden genoemd. Charles kon van mensen houden, omdat hij hen hoogachtte.

In een brief uit 1979 schrijft Charles, dat er geen gevarieerder leven bestaat dan dat van een priester. Hij dacht daarbij ongetwijfeld aan zijn eigen leven als volksmissionaris, directeur van de Bond Zonder Naam en pastoor in de sloppenwijken van São Paulo. Hij ontmoette er mensen van allerlei slag die met hem hun vreugde en hun verdriet deelden. Naar eigen zeggen ontving hij meer dan hij zelf te bieden had. Hij liet zich inspireren door wat hij zag en hoorde.

Aan de basis van zijn pastorale activiteiten lag de overtuiging dat iedere mens kostbaar is. Die kostbaarheid wilde hij aan het licht brengen. Het verbaast dan ook niet, dat hij grote sympathie had voor de Braziliaanse bevrijdingstheologie, die uitging van de waardevolheid van iedereen, niet in het minst van de armen en de eenvoudigen.

In die lijn lag zijn verzet toen er in de zestiger jaren van de vorige eeuw plannen waren de bezem door de congregatie te halen en het kaf van het koren te scheiden. Niet dat hij geen idealen en verwachtingen had. Iemand zonder idealen noemde hij met de Brazilianen "een lege zak die niet rechtop kan staan". Maar zijn ideaal was niet een kleine elite die op de rest neerkijkt. Hij vond dat ook de zwarte bokken bij ons horen en moest niets hebben van schriftgeleerden die vooraan in de synagoge gingen zitten.

Levenslang is Charles geïnspireerd geweest door Franciscus en Montfort. Toen hij als theologiestudent overging van de conventuelen naar de montfortanen, was dat niet omdat Franciscus hem niets meer zei. Integendeel. De armoede van Franciscus vond hij ook bij Montfort. Wat hem daarnaast in Montfort aansprak, was de prominente plaats van Maria, die het in het Magnificat opneemt voor de armen en de onderdrukten. Bij Montfort zag Charles de spiritualiteit van Franciscus een pastorale vorm krijgen: dichtbij gewone mensen staan, niet neerbuigend maar respectvol. De overstap naar de montfortanen had er ook wel mee te maken dat twee broers al lid van de congregatie waren. Dat sprak de familiemens Charles ongetwijfeld aan. Maar dat was niet zijn eigenlijke motief.

In de tijd dat hij volksmissionaris was, kreeg hij de opdracht zich voor te bereiden op de functie van moraaltheoloog op het seminarie in Oirschot. Enthousiast was hij daar niet over. Zijn voorkeur ging uit naar het directe contact met mensen. Hij wilde gezichten zien en was bang voor wereldvreemde handboekengeleerdheid. Gelukkig is van dat professoraat niets terecht gekomen, omdat de congregatie hem nog meer nodig had als opvolger van pater Loop bij de Bond Zonder Naam. Dat werk was Charles op het lijf geschreven, al had hij een hekel aan het Lichtbaken op de radio, omdat zijn woorden werden opgenomen in een kamertje waarin hij alleen achter een microfoon zat. Charles wilde levende mensen zien, oogcontact hebben en van hart tot hart spreken. Moge hij in de hemel van God volop aan zijn trekken komen!

Oirschot, 17 juni 2011                                                              Wiel Logister, provinciaal overste