Lettergrootte   A A A

pater Coen Raes

Op zondag 19 december 2010 is in Sittard overleden

pater Coen Raes

montfortaan

Op 14 januari 1931 werd Constantinus (Coen) Raes in Heerlen geboren. In 1950 trad hij in bij de montfortanen en op 8 september 1951 legde hij zijn eerste geloften af. Hij werd priester gewijd op 31 maart 1957 in Oirschot en daarna verhuisde hij naar Rotselaar in België voor het pastoraal jaar en een studie biologie.

In 1960 werd hij benoemd als leraar op de normaalschool in Elisabetha in Congo. Drie jaar later werd hij leraar in Isangi. In 1965 keerde hij terug naar Nederland en werd leraar op het kleinseminarie in Schimmert. Na de sluiting van Ste. Marie in 1973 werkte hij op het college Sinte Meerten en als rector in de psychiatrische kliniek “Mariahilf”  in Gangelt (D). In 1981 kwam daar het pastoraat in het decanaat Gangelt bij. Vanaf 1994 was hij ook overste van de Nederlandse confraters die in Duitsland woonden en werkten.

Coen was een man zonder pretenties en allures. Hij deed wat hij moest doen, liep niet buiten zijn schoenen en was blij met de bemoediging die hij van anderen ontving. In de jaren van zijn scholasticaat werd hij getypeerd als “un homme de devoir”, een man die zijn plicht deed. Zo was hij zijn leven lang: een toegewijde leraar en pastor voor hen die aan hem werden toevertrouwd. In het voetspoor van Montfort was hij “un bon père”, een goede en meelevende priester. Aan de buitenkant wat robuust, aan de binnenkant uiterst gevoelig. Dat bleek o.a. toen in 2005 zijn enige broer stierf; zijn dood heeft Coen heel erg geraakt. Op zo’n moment genoot hij van oprechte aandacht voor zijn wel en wee, al was hij er de man niet naar om lang uit te weiden over wat hem overkwam.

Aan zijn biologiestudie heeft hij een warme belangstelling voor de natuur overgehouden. Hij kon er met deskundigheid over vertellen. Niet als een romantische milieuactivist, maar als een man die respect en bewondering had voor alles wat er leefde om hem heen.

Blij was Coen, toen hij benoemd werd voor Congo. Lang heeft hij er niet kunnen werken. De situatie in het land verslechterde met het jaar. Toen in 1964 de Simba’s Isangi bestormden, werd hij, met de misgewaden aan, van het altaar gestuurd. Samen met de zusters en zijn confraters werd hij in het rebellenkamp opgesloten en gemarteld. Hij heeft dat overleefd, maar is later niet meer naar Congo teruggegaan. 

Coen wist dat aan zijn pastoraat in Gangelt een einde zou komen op zijn tachtigste verjaardag in januari 2011. Dan zou hij terugkeren naar een van onze communiteiten (“zeg maar welke!”) en volop tijd krijgen om te lezen, de politiek te volgen en deel te nemen aan het gezamenlijk gebed. Helaas kreeg hij kort geleden te horen dat hij maagkanker had. Coen hoopte dat men er nog iets aan kon doen, maar hield rekening met het ergste. Hij moest hard slikken, toen hem werd verteld dat een behandeling geen zin had. Hij was er erg door aangedaan, maar hervond snel weer de nuchtere Bijbelse realiteitszin: “Een mensenleven duurt zeventig jaar; als we sterk zijn tachtig”. Een dag of tien geleden pakte hij zijn koffer en verhuisde van Gangelt naar Schimmert. “Meer heb ik niet nodig en heb ik eigenlijk ook niet”, merkte hij op. Dat was Coen ten voeten uit. Geen grote woorden, met weinig tevreden, vriendelijk zonder overdrijving, een confrater die het hart op de goede plaats had zitten.

De laatste jaren liep Coen steeds verder voorovergebogen. Zichtbaar aan alle trots en ijdelheid voorbij. Zo zullen wij ons hem blijven herinneren. Moge hij oprecht genieten in het huis van de Vader!