Lettergrootte   A A A

pater Frans Diederen


Op 28 september 2010 is in Kerkrade overleden

pater Frans Diederen

montfortaan

Op 4 april 1934 werd Frans geboren in Oirsbeek. Na de humaniora in Schimmert ging hij in 1954 naar het noviciaat in Meerssen. Op 8 september 1955 legde hij er zijn eerste geloften af en op 12 maart 1961 werd hij priester gewijd in Oirschot. Voor een pastoraal jaar in Leuven verhuisde Frans naar Rotselaar (B). Daarna was hij kapelaan in Kontich tot in 1964 de benoeming kwam voor de missie in Malawi. In 1966 werd hij leraar op het Pius XII-seminarie in Nguludi en was er een jaar rector. In Blantyre, de volgende missiepost, was hij van 1969 tot 1977 pastoor. Na een jaar vervanging van pater Peters in Thyolo repatrieerde Frans naar Nederland. Hij werd leraar op het kleinseminarie Beresteyn in Voorschoten. Hij was er enkele jaren overste. In die tijd was hij ook lid van het provinciale bestuur. In 1984 werd hij getroffen door een hersenembolie. Gelukkig herstelde hij voldoende om parttime pastor te worden in het zorgcentrum Firenschat. Enkele weken geleden bleek dat hij maagkanker had. Na een ziekenhuisopname is hij teruggekomen naar Firenschat, waar hij rustig is overleden.

Bijna iedere mens heeft in zijn leven momenten waarop helder en duidelijk wordt wie hij is en wat er in zijn of haar hart omgaat. Frans had zo’n moment, toen in 1976 de Goanezen - zijn trouwste katholieken - door een partijbons uit Malawi werden gezet. Dat was in zijn ogen zo onrechtvaardig dat hij besloot om het land te verlaten. Frans was niet direct een man die in betogingen meeliep, maar op dat moment wilde hij een duidelijk protest laten horen. Rechtvaardigheid stond hoog in zijn vaandel. In een brief aan Frans heeft Hub Somers, de toenmalige provinciaal, uitgedrukt dat rechtvaardigheid niet goedkoop is: "Leven met en voor de mensen brengt nu eenmaal voor iedere pastor met een hart, vreugde en pijn met zich mee". En een hart had Frans! En hij liet het spreken.

Misschien was dat de reden dat zijn hart in 1984 in het ongerede raakte. Dat was niet zijn enige malheur. Nog veel ernstiger was het herseninfarct dat hij kreeg, terwijl hij wachtte op een nieuwe hartklep. Nadat uiteindelijk de hartoperatie toch was doorgegaan, volgde een langdurige revalidatie in de communiteit van de Heilig Landstichting. Helemaal de oude werd hij niet meer. Ook zijn ogen hadden een flinke beschadiging opgelopen; hij is er verschillende keren aan geopereerd, opdat hij naar eigen zeggen "weer met twee ogen uit de voeten kon". Ten gevolge van dat alles ging hij nog voorzichtiger en nog meer rechtop lopen dan hij altijd al had gedaan. Een spiegelbeeld van zijn karakter!

Humor kon Frans niet ontzegd worden. Zo vierde hij vanaf 1986 elk jaar op 19 maart de verjaardag van zijn kunststof hartklepje. Die humor had hij nodig, want van nature was hij erg secuur. Alles wat hij deed, was zoveel mogelijk gepland. Dat verhinderde hem gelukkig niet om op alle mogelijke en onmogelijke momenten een goede pastor te zijn voor de bewoners van Firenschat, waar hij bijna twintig jaar rector is geweest. Frans was trouw aan mensen die hij in zijn hart had gesloten. Hij wilde hen helpen en naast hen staan zoveel als hij kon. Zijn vriendschap was hartgrondig, net zoals zijn band met familie en confraters.

Zijn laatste ziekte heeft hij manmoedig gedragen. Natuurlijk had hij het moeilijk, toen hij op 8 september te horen kreeg dat zijn kanker ongeneeslijk was. "Ik had er wel op gerekend, maar het valt niet mee", zei hij me enkele uren nadat de dokter met zijn slechte bericht was gekomen. Vanuit zijn godsvertrouwen legde hij zich echter neer bij de onvermijdelijkheid van de naderende dood. Hij wilde geen hocus pocus meer aan zijn lijf. Moge hij nu een nieuw thuis vinden in het huis van de Vader!