Lettergrootte   A A A

pater Frans Stams

Op 22 januari 2010 overleed in Mechernich (Duitsland)

pater Frans Stams

montfortaan

 Op 30 september 1924 werd Franciscus, Jacobus, Johannes Stams geboren in Oirsbeek. Hij kwam in 1937 bij Ste Marie in Schimmert en sloot zich aan bij de montfortanen op 8 september 1945. Na zijn studies in Oirschot en de priesterwijding op 4 maart 1951 kreeg hij een benoeming voor de Haagsche Schouw en Beresteyn in Voorschoten. Na vier jaar vertrok hij naar Duitsland. Na een jaar in Bonn werkte hij tot 1967 in de bedevaartplaats Marienheide. Daarna was hij tien jaar pastor in Birken en opnieuw tien jaar in Monschau-Mützenich en enige tijd ook van Monschau-Imgenbroich. Nadat hij drie jaar lid was geweest van de gemeenschap ‘Hogesteen’ in Langenboom woonde hij als emeritus samen met Christina Aust 6 jaar in Stolberg-Büsbach en tien jaar in Eschweiler. In 2008 ging hij naar de communiteit van Vroenhof. Nadat een ernstige ziekte bij hem werd ontdekt, werd hij tot zijn dood liefdevol verzorgd in het gezin van Georg in Mechernich.

 Frans heeft geleefd met grote hartstocht. Hartstocht voor oprechtheid, hartstocht voor de waardigheid van elke mens. Alles wat hij deed, stond in dat licht. Hij was op het leven verliefd en had een grote liefde voor de kerk. Daarbij dacht hij op de eerste plaats aan mensen die met warmte en met taaie onverzettelijkheid samen geloof, hoop en liefde delen en vieren. Het Evangelie van God en van Jezus Christus ligt niet ergens ver weg van alledaagse vreugde en verdriet. Als dat besef verloren gaat in een parochie, in een bisdom of in Rome, dan komt het Evangelie volgens Frans niet meer tot zijn recht.

Van ganser harte stond Frans dan ook achter Vaticanum II. Hij zag dit concilie als het moment waarop Doornroosje uit de slaap wakker werd geschud. Hij zocht naar tekens,  woorden, situaties, structuren en mensen waarin het  oorspronkelijke Evangelie weer aan het licht kwam, desnoods met vallen en opstaan. Met pijn in het hart zag hij dat door de vorst de vruchten van het concilie niet konden worden geplukt, maar hij legde het hoofd niet in de schoot. Hij  koos nadrukkelijk voor de “Kirche von unten”, al was hij als een kind zo blij als een prelaat partij koos voor de eenvoudigen en de armen. Zijn hoop was, dat er nieuw vuur zou ontstaan in de kerk van hoog tot laag.  Hij droomde over de kerk van het begin die – in zijn ogen - nog vrij was van klerikalisme, dogmatisme en lichaams-vijandigheid. Hij kon er laaiend enthousiast over spreken en schrijven en trachtte die droom handen en voeten te geven in de parochies waarin hij heeft gewerkt. Met trots sprak hij over de mondigheid en de fierheid die in zijn omgeving tot bloei waren gekomen.

Hartstocht is niet zonder gevaren. Frans wist dat. En ook dat hij wel eens doordramde. Maar veel erger vond hij iemand die nooit ergens warm voor loopt, nooit positie kiest, alles op zijn beloop laat. Hij hield van mensen die recht uit het hart spreken en leven, niet bang om hun emoties te tonen. Van kille afstandelijkheid moest hij niet veel hebben.

 Hij wilde  niet een priester zijn die koud, eenzaam en afstandelijk door het leven ging. Er woonde een kern van tederheid in zijn grote en robuuste gestalte. Die tederheid kwam vooral naar voren, toen hij in 1967 samen met Lu Thissen ging wonen in de pastorie van Birken. Zij leerde hem de harde schil rondom zijn hart te slopen en open te staan voor gewone menselijke gevoelens. Een opmerkelijke vrucht daarvan  was de dag in 1970 waarop zij samen de kleine Georg in hun midden opnamen. Vanaf de eerste dag, en vooral na de dood van Lu in 1985, heeft Frans zich voor Georg een echte vader getoond.

“Ik ben altijd graag bij de congregatie geweest”, zei Frans enkele weken geleden in het ziekenhuis van Maastricht. Niet dat hij altijd blij was met alle gewoonten, regels en tradities in de Compagnie. Maar hij waardeerde de eenvoud, de hartelijkheid en vooral het feit dat veel confraters dichtbij het gewone leven of dichtbij gewone mensen stonden. Hij heeft er wel eens over gedacht om wereldheer te worden, omdat hij te zeer het leven leidde van een doorsnee diocesane priester. Gelukkig is die idee weer even snel weggegaan als ze was opgekomen. Blij was hij, toen het kapittel van 1984 hem koos tot lid van het provinciaal bestuur. In die hoedanigheid heeft hij heel wat verantwoordelijkheden op zich genomen. Dat hij eerder intens betrokken was geweest bij bouwprojecten in Voorschoten, Marienheide en Birken, kwam goed van pas bij de nieuwbouw in Vroenhof en bij de herinrichting van de cloître in Oirschot. Als bestuurder heeft Frans in 1985 Brazilië bezocht. Hij raakte diep onder de indruk van de confraters die in Sao Paolo werkten in de christelijke basisgemeenschappen. Toen heeft hij “die Kirche von unten” echt leren kennen.

Nu hoort Frans bij de “Kirche von oben”, bij hen die vanuit de hemel van God  met welwillendheid en begrip omzien naar wat er op aarde gebeurt. Moge hij op die manier zijn pastoraat onder ons voortzetten!