Lettergrootte   A A A

pater Gerard Schrama

Op 24 februari 2010 overleed in Maastricht

pater Gerard Schrama

montfortaan

 Gerardus Marinus Schrama werd geboren op 10 augustus 1928 in Voorschoten. Hij kwam in 1943 naar Ste Marie in Schimmert en sloot zich op 8 september 1952 aan bij de montfortanen in Meerssen. Op 16 maart 1958 werd hij priester gewijd in Oirschot. Na een pastoraal jaar in Leuven (België) vertrok hij naar Malawi. Hij werkte als pastor, catecheet en rector van het noviciaat in Mary View, Mulanje, Blantyre, Mzedi, Masanjala en Lirangwe. In 1967 volgde hij een studie in Gaba (Oeganda). In 1974 keerde hij terug naar Nederland en ging werken in het internaat Beresteyn in Voorschoten. Later werkte hij voor de Bond Zonder Naam, verzorgde assistenties in de omgeving en was zes jaar archivaris van de Nederlandse provincie. Bij de sluiting van Beresteyn verhuisde hij naar de Rossinidreef in Voorschoten. In 2006 werd hij opgenomen in het zorgcentrum Vroenhof in Valkenburg. Langzaam werd zijn gezondheid minder. Hij overleed tijdens een korte ziekenhuisopname in Maastricht.

Ernstig en humoristisch … zo was Gerard. Hij kon van het een plotseling overgaan in het andere. Ernstig bijna tot in het scrupuleuze, humoristisch bijna tot in het cynische. Wie was hij eigenlijk? Enkele professoren van het grootseminarie twijfelden aan zijn geschiktheid voor de congregatie, de meerderheid vond hem juist een geschikte kandidaat. Zeker in zijn jonge jaren had hij vaak iets van een vlegel, maar onder dat vertoon zat een heel serieus karakter.

Gerard wist dat hij niet als een heilige was geboren. Terecht citeerde de feestpredikant tijdens zijn eerste mis de bovenstaande spreuk. Ook op dagen dat hij de draak stak met deze en gene, was hij bezig met aan zichzelf te beitelen. Met een consistentie die hij van thuis had meegekregen. Hij was geen man die zomaar iets dacht of die gemakkelijk beslissingen nam. Hij waagde zich niet op één nacht ijs. Eerst na lang wikken en wegen zette hij een stap. Toen hij zich voorbereidde op de eeuwige gelofte, vroeg hij zich heel serieus af, “of de congregatie er geen nadeel van heeft”. Lang geleden, toen hij moest worden toegelaten tot de gelofte,  had een overste het daarom bij het rechte eind met de opmerking dat Gerard verlegen was, als het er echt op aankwam.

Rebels was hij tegenover bepaalde ontwikkelingen in de kerk. Hij had weinig op met gezagdragers die het allemaal heel goed weten. En als hij het gevoel had dat in de congregatie oude gewoonten omwille van de gewoonten werden gekoesterd, dan weigerde hij mee te doen. Hij wilde zelf ervaren en ondergaan wat een bepaald inzicht, een regel of een klassieke deugd inhield. Hij kon en wilde niet leven en geloven “op gezag alleen”. Wanneer hij het ergens niet mee eens was, kon hij heel scherp zijn. Maar als je dan met hem in gesprek kwam, bleek dat hij wel wist waar hij tegen was, maar niet hoe het precies verder moest.

Gerard had iets van een heer: een scherpe vouw in de broek, de haren netjes gekamd, heel gedistingeerd. Toen hij in 2005 voor het laatste voorging bij de Dominicanessen van Voorschoten merkt hij op: “Ik heb altijd gestreefd naar waardigheid in de liturgie”. Het was dan ook pijnlijk voor hem, dat hij steeds meer de controle over allerlei zaken kwijt raakte. Als hij zich iets niet meer herinnerde, bleef hij ernaar zoeken. Als hem een woord niet meer te binnen schoot, dan zag je hem piekeren. Wie leefde dan niet met hem mee?

Toen Gerard voorgoed uit Malawi wegging, schreef hij dat hij de zon, de warmte, de frisse lucht en de ruimte van dat land altijd zou missen. Fijntjes merkte hij daarbij op, dat “klimaat” iets meer is dan temperatuur. Een van zijn vele doordenkertjes! De laatste jaren heeft hij heel wat ruimte moeten inleveren. Toch zei hij uit de grond van zijn hart, dat hij zich in Vroenhof thuis voelde, dat hij genoot van de nabijheid van zijn confraters ondanks al zijn handicaps en ondanks de spoken die hij soms zag. Hopelijk geniet hij nu van de ruimte die ontstaat bij de ontmoeting met God “van aangezicht tot aangezicht”.  Te meer als het waar is, dat in de hemel heel mooie muziek gespeeld wordt.