Lettergrootte   A A A

pater H. Keunen

Op 27 december 2009 is in Maastricht overleden

pater Herman Keunen

montfortaan

Op 15 september 1935 werd Herman Joseph Keunen geboren in Hout-Blerick. Hij volgde de middelbare schoolopleiding in Ste Marie in Schimmert en ging voor het noviciaat naar Meersen, waar hij op 1 november 1957 zijn eerste geloften aflegde. Voor zijn priesteropleiding ging hij naar Oirschot en op 24 maart 1963 werd hij daar gewijd door mgr. Bekkers. Zijn eerste benoeming was als leraar en prefect in Beresteyn in Voorschoten, daarna werd hij in Someren godsdienstleraar op de huishoudschool. In 1979 kreeg hij een benoeming voor de parochie van de H. Naam Jezus in Lierop en in 1991 kwam daar de bedevaartplaats Ommel bij. In 1995 ging hij terug naar Beresteyn, werd lid van de montfortaanse Equipe Mobile en gids voor de reizen van Montfort-Tochten naar het Heilig Land. Toen de sluiting van Beresteyn op handen was, verhuisde hij naar de communiteit Schimmert.

Als jongeman wilde Herman missionaris worden en zeker niet leraar. Het is anders gelopen. Dat had alles te maken met zijn gezondheid. Die is vanaf het noviciaat nooit helemaal goed geweest. Hij zag er wel robuust en sterk uit, maar dat was de buitenkant. Van binnen was hij vaak gespannen, al toonde hij dat niet zozeer. Een zekere stoerheid kenmerkte zijn karakter. Zijn principes liet hij niet zomaar los en hij liet zich ook niet gemakkelijk gezeggen. Daarvoor moest je eerst zijn vertrouwen en zijn respect winnen.

Hij is het meest tot zijn recht gekomen als pastoor in Lierop. Hij noemde dat “de fijnste jaren van mijn leven”. Graag was hij er veel langer gebleven, maar zijn gezondheid liet dat niet toe. Herman was zich er sterk van bewust, dat het leven niet meer ging zoals vroeger. Hij vond ook, dat je het geloof van mensen niet kon en mocht afmeten aan de oude en vertrouwde kerkelijke vormgeving. Daarmee zou je geen recht doen aan wat er in mensen leeft. Hij sloeg daarom als pastor nieuwe wegen in, zoals hij dat eerder al had gedaan in de catechese. Afgezaagde uitdrukkingen irriteerden hem, en niet minder gezagsdragers en hotemetoten die van de hoge toren bliezen. Over hen en tegenover hen kon hij zich soms scherp uitlaten, zonder een blad voor de mond te nemen.

Opvallend was zijn fascinatie voor de Oostenrijkse theosoof en mysticus Jakob Lorber (1800-1864). Zijn geschriften stonden op een prominente plaats in de kamer van Herman. Hij las daarin o.a., dat de openbaring niet ophoudt bij de dood van de laatste apostel, maar in levende mensen steeds opnieuw tot uitdrukking en tot bloei komt. Niet tegen de bijbel in, maar erdoor geïnspireerd. Daarom kon Herman zich ook verheugen, als iemand vanuit een innerlijke geraaktheid en gedrevenheid sprak of schreef.

Velen zullen zich Herman herinneren als een man van de duiven en van de bloemen, van fuchsia’s vooral. Dat laatste had hij van thuis meegekregen. Zijn vader had een tuiniersbedrijf. In het kleinseminarie werkte hij onder leiding van pater Piet Janssen in de serre en bij het versieren van het altaar. In Lierop toverde hij de verwaarloosde tuin van de pastorie om in een lusthof. Hetzelfde deed hij sinds 2001 in Schimmert.

De laatste maanden voelde Herman dat het einde van zijn leven nabij was. Hij stopte met de duiven - een teken aan de wand. Wat later kreeg hij te horen dat hij terminaal ziek was. Hij was intens met de dood bezig, rustig en reëel. Zwaar had hij het in nachten waarin de slaap maar niet wilde komen. Zoals hij zijn leven lang had gedaan, hield hij de regie zoveel mogelijk in handen. Blij was hij met de belangstelling van anderen en vooral met de hulp van Frans Luiten. Nu staat hij met een buidel zaad en met een paar fuchsia’s in de hand voor de deur van de hemel. Moge hij daar uitzien naar de dag waarop de woestijn voorgoed gaat bloeien als een roos.