Lettergrootte   A A A

pater H. Somers

Op zondag 22 november 2009 overleed in Heerlen

pater Hub Somers

montfortaan

Gerardus Hubertus Somers werd op 2 juli 1927 geboren in Nuth. In 1940 kwam hij naar het kleinseminarie in Schimmert. Op 8 september 1948 legde hij zijn eerste geloften af in Meerssen en op 28 maart 1953 werd hij in Oirschot door mgr. Mutsaerts priester gewijd. Zijn eerste benoeming was als leraar op het kleinseminarie in Schimmert. In 1961 studeerde hij ‘n jaar in Nijmegen vanuit de communiteit in Berg & Dal. Aansluitend werd hij spirituaal en docent in het scholastikaat in Oirschot, en in 1964 lid van het provinciaal bestuur. Toen het scholastikaat in 1969 werd opgeheven, werd hij assistent in de parochie in Egmond aan Zee, totdat hij in 1970 provinciaal werd. Die functie vervulde hij maar liefst veertien jaar lang. Daarna ging hij naar Salzburg in Oostenrijk, om in 2002 naar Nederland  terug te keren en lid te worden van de communiteit van Schimmert. Om gezondheidsredenen verhuisde hij in 2007 naar Vroenhof. Na een operatie aan zijn nek kon hij daar niet meer verzorgd worden en ging hij naar verpleeghuis Invia in Sittard in afwachting van een definitieve opname elders. Op 19 augustus 2008 kreeg hij een vaste stek in Huize Op de Berg in Heerlen, waar hij na een liefdevolle verzorging overleed op zondagmorgen.

Met grote dankbaarheid denken wij aan alles wat Hub voor zijn familie, voor de congregatie en voor iedereen die hem ontmoette, heeft betekend. Hij was een vriendelijke man, vol belangstelling voor het leven om hem heen. Velen schonken hem hun vertrouwen. Als gesprekspartner en raadsman legde hij een grote empathie aan de dag en toonde hij een oprecht respect voor de ander. Hij kon goed luisteren; tussen de regels door hoorde hij ook wat niet gezegd werd. Na een periode van geduldig luisteren drong hij dan door tot in iemands verborgen gedachten en bedoelingen. Vragend en uitdagend zocht hij vervolgens met je mee naar de weg die je moest inslaan. Die attitude maakte hem bijzonder geschikt als klasleraar van de septième in Schimmert, als spirituaal in Oirschot en als provinciaal. Ongetwijfeld zou hij een goede missionaris zijn geweest, maar het verlangen om naar Brazilië of Malawi te gaan heeft hij opzij moeten zetten omdat hij in eigen land nodig was.

Toen pater Hermans, de provinciaal, in 1970 stierf, volgde Hub hem op. Hij was de eerste provinciaal die niet meer door Rome werd benoemd, maar door de confraters werd gekozen. Dat was in een moeilijke tijd. Veel confraters wilden het roer omgooien en kozen resoluut voor de geest van de nieuwe tijd, terwijl anderen het hielden bij het oude vertrouwde. Hub ging mee met het aggiornamento, maar helemaal gerust op de afloop was hij niet. Met pijn in het hart zag hij dat nauwelijks nog jongeren intraden. Pijn deed hem ook, dat tussen 1970 en 1984 bijna vijftig confraters de congregatie verlieten. Met ieder van hen was hij persoonlijk begaan.

Hub was een precieze, omzichtige en accurate man. Hij ging niet over één nacht ijs; plotselinge opwellingen waren hem vreemd. Meestal overheerste zijn zachtaardigheid. Maar als de rechtvaardigheid in het geding was, deed hij geen water bij de wijn. Dan kon hij fel en vasthoudend zijn, of hij nu te doen had met een jongen in het kleinseminarie of een aartsbisschop met een mijter op. Maar van ruzie hield hij niet. Al kostte het hem moeite, hij stak zijn hand weer uit om samen verder te gaan.

Na 14 jaar droeg Hub het stokje van de provinciaal (een hamer was het allang niet meer) over aan iemand anders. Hij hoopte eindelijk naar Brazilië te kunnen gaan. Maar na de plotselinge dood van Joep van Mulken deed zijn opvolger een beroep op hem om “voorlopig” het Mariale Secretariaat in Salzburg te gaan leiden. En Hub ging! Toen begon, zoals hij zelf achteraf zei, de gelukkigste periode van zijn leven. Hij nam à la Montfort vluchtelingen in huis op en kreeg er vrienden bij wie hij zich thuis voelde en van wie hij heel wat warmte heeft ontvangen. Die ervaring gaf hem een scherp oog voor plaatsen en momenten waarop het leven in de Compagnie kil en onpersoonlijk was. Daar had hij echt moeite mee, al begreep hij dat wel als hij zich de levensgeschiedenis van de confraters voor de geest haalde.

De laatste jaren speelde een sluipende ziekte hem parten en werd hij steeds afhankelijker van de zorg van anderen. Hub heeft het daar erg moeilijk mee gehad. Hij zei ooit te begrijpen dat sommige mensen een einde aan hun leven willen maken. Hij weerstond die bekoring en koos ervoor om in geduld en vriendelijkheid een getuige van het Evangelie te zijn en te blijven. Dankbaar was hij voor de verzorging die hij kreeg, eerst in Schimmert en Vroenhof, later in de verpleeghuizen in Sittard en Heerlen.

Ooit gebruikte Hub met instemming dit woord van Meister Eckhart: “Niets lijkt zoveel op God als de stilte”. Moge hij nu voorgoed die stilte delen en genieten van Gods aandacht en respect!