Lettergrootte   A A A

pater Jan Even

Op 13 januari 2010 overleed in Roermond

pater Jan Even 

montfortaan

Johannes, Maria Gerardus Even werd geboren op 7 maart 1932 in Beverwijk. Hij kwam in 1945 naar Ste Marie in Schimmert. Op 8 september 1952 legde hij zijn eerste geloften af in Meerssen. Op 16 maart 1958 ontving hij de priesterwijding van mgr. Mutsaerts in Oirschot. Zijn eerste benoeming was voor Heiloo. In 1965 ging hij naar Hoensbroek, maar hij kreeg al vlug een benoeming als aalmoezenier voor het onderwijs in de bisdommen Haarlem en Rotterdam en verhuisde daarvoor naar de montfortaanse communiteit van de Haagsche Schouw. Van 1967 tot 1980 was hij pastoor in Bennebroek. Hij kreeg in 1982 een benoeming in Neerkant als pastoor, later uitgebreid met Helenaveen. Van 1988-1991was hij overste in Oirschot. Van 1991-1997 werd hij pastoor van het bedevaartsoord Ommel en in 1997 rector in Huize St. Elisabeth in Haelen. De laatste jaren was hij tevens overste van de regionale communiteit Oost-Brabant. Hij overleed in het St. Laurentiusziekenhuis in Roermond.

Jan voelde zich al een paar weken niet goed. Dat zijn leven op een einde liep, kwam als een verrassing, niet in het minst voor hemzelf. Dat het zo snel ging, was niets voor Jan. Hij wilde alles onder controle houden. Als dat niet lukte, werd hij onrustig en angstig. Zijn laatste dagen waren dan ook niet gemakkelijk. Maar met zijn typische onverzettelijkheid hield hij vast aan de grondtoon in zijn leven: een groot godsvertrouwen. Dat bleek ook toen hij tijdens het sacrament van de zieken enkele keren met stemverheffing zei: "God is goed". En zijn laatste woorden waren: "De Heer is mijn herder".

Godsvertrouwen is de ruimte geweest waarin hij heeft geleefd. Vanuit die basis wilde hij op weg gaan, in het rustige tempo dat zo kenmerkend voor hem was. In 1968 schreef hij daarover: "Wie een berg te vlug wil bestijgen, haalt de top niet". Hij had het niet gemakkelijk, toen kort na zijn priesterwijding grote onrust ontstond in kerk en maatschappij. Met pijn in zijn hart constateerde hij: "We zitten in de mist en je zou wensen dat de nevels optrokken". Hij wist dat wij mensen tastend zoeken naar de waarheid, maar hij had niet veel op met hen die de twijfel tot princiep verhieven. De zekerheid van zijn godsvertrouwen kwam overeen met zijn gestalte, zijn stemgeluid en zijn lach.

In het jaar van zijn wijding kreeg Jan last van zijn schildklier. Sindsdien moest hij het kalm aan doen. Naar de missie gaan zat er toen niet meer in. Daarvoor had hij wellicht ook wat te linkse handen, zoals zijn novicemeester al opmerkte. Nauwgezet en uit plichtsbesef deed hij zijn werk als aalmoezenier voor onderwijsgevenden. Dat bracht hem soms tot aan de rand van overspanning. Veel meer voelde hij zich thuis in een kleine parochie en als rector in het klooster van Nunhem. Daar kon hij gewoon doen wat hij wilde: vertrouwen geven en vertrouwen krijgen. Een beetje weg ook van alle spanningen in de kerk. Een revolutionair of een kerkhervormer was hij niet. Zijn ziel lag bij "kerkgebonden geloven" in een sfeer van collegialiteit.

Van jongs af aan heeft Jan een grote verering voor Maria gehad. Graag ging hij naar Heiloo. Dat hij later de zorg kreeg voor de bedevaartskerk van Ommel, paste dan ook heel goed bij hem. Moge Maria hem nu bij de hand nemen in het uur van zijn dood.