Lettergrootte   A A A

pater Wiel Verhoeven

Op 6 juli 2010 overleed in Maastricht

pater Wiel Verhoeven

montfortaan

Op 6 mei 1920 werd Johannes Wilhelmus Verhoeven in Klimmen geboren. In 1940 kwam hij naar Meerssen en legde er op 8 september 1941 zijn eerste geloften af. Op 16 maart 1947 werd hij in Oirschot priester gewijd. In 1948 vertrok hij naar Rome voor een studie Kerkelijk Recht. In 1952 kreeg hij een benoeming voor Malawi, waar hij de bisdommen van Blantyre en Chikwawa heeft gewerkt. Hij keerde terug naar Nederland in 1999 en werd lid van de communiteit in Vroenhof. Toen zijn lichamelijke gezondheid steeds meer aandacht vroeg, verhuisde hij naar het zorgcentrum. Hij overleed in het ziekenhuis van Maastricht, waar hij vorige week zaterdag was opgenomen.

Wiel had zich na de priesterwijding in Rome bekwaamd in het kerkelijk recht – een studie die hij door ziekte niet heeft kunnen afsluiten. Wat hij er geleerd had, kwam goed van pas in de jonge kerk in Malawi. Zij moest worden ingepast in de orde van de wereldkerk, maar zich ook voegen in de tradities en de cultuur van het land. Als vicaris-generaal van Mgr. Vroemen in het bisdom Chikwawa heeft Wiel zijn wijsheid in praktijk kunnen brengen. In die jaren las hij elke zondag in het brevier Psalm 119 met het vers dat boven deze rouwbrief staat. Wat ons van Godswege is geschonken, is nooit definitief in een structuur of orde te vatten. Het Godsvolk is altijd weer op weg naar een nog grotere ruimte.

Zijn leven lang heeft Wiel geworsteld met een innerlijke onrust. Hij zag haken en ogen aan allerlei situaties, aan regels en structuren. Zich met lichtvoetige blijheid aan iets overgeven lukte hem niet altijd. Al in brieven van zestig jaar geleden klaagt hij over slapeloosheid, over nachtenlang piekeren over van alles en nog wat. Als hij een besluit had genomen, vroeg hij zich naderhand af, of het toch niet anders had gekund of gemoeten. In Malawi werkte hij vaak in de parochie van confraters die op vakantie waren. Dan kon hij voortzetten wat een ander had opgezet, al ging dat dan gepaard met geknoter over dit of dat.

In Vroenhof hebben we Wiel leren kennen als iemand met een vast levensritme. Daarin voelde hij zich het beste. Heel trouw stuurde hij de eigenhandig gemaakte verjaardagskaarten naar confraters, familie en vrienden. Toen dat niet meer ging, greep hij graag naar de telefoon. De laatste jaren ging zijn gezichtsvermogen steeds meer achteruit, moest hij zijn longen op gang houden met een zuurstoffles en had hij hulp nodig bij het aan- en uitkleden. Zolang mogelijk probeerde hij zijn eigen gang te gaan. Het viel hem niet mee aangewezen te zijn op de genade van anderen.

Twee maanden geleden werd Wiel negentig jaar. Hij heeft naar die mijlpaal toegeleefd. Typisch voor hem, hoopte hij dat velen even op bezoek zouden komen, terwijl hij tegelijkertijd bang was dat de een of ander te lang zou blijven. Blijkbaar heeft dat feest veel van hem gevraagd, want daarna ging hij zienderogen achteruit. Toch bleef hij zoveel mogelijk in beweging, ook tijdens de snikhete dagen van de vorige week. Nu is hij er plotseling niet meer. De stilte heeft zich om hem heen gelegd. Met Wiel zelf geloven we dat het niet de stilte van de leegheid is, maar de stilte die eigen is aan God en aan Gods werkzaamheid onder ons. Wij bidden dat hij in die stilte voorgoed gelukkig mag zijn.